Arrow-down

– Copy –

A'RIVE

A'RIVE is een nieuw Brussels bouwproject van Immobel en BPI. De buurt aan de Vaartdijk wilt zich ontpoppen tot een levendige woonwijk. Vriendschappen zullen worden gesmeed, kinderen zullen belleketrek doen en het kanaal zal gretig worden bewonderd vanuit de begeerde balkons. Vijf gebouwen krijgen een naam. Zij zijn het kloppend hart van de buurt, een droom om in te wonen. Eén van de gebouwen wordt Olivia genoemd. De buurt komt tot leven via haar personage: de uitbaatster van een lokale delicatessenzaak. Ik schreef Olivia's verhaal:

Olivia en het geheime recept.

"Farfalle" is Italiaans voor vlinders. De pasta dankt zijn naam aan de vorm, die doet denken aan de vleugels van een vlinder. De buurtbewoners noemen het strikskespasta. Olivia vindt dat ze goed samengaan met de rood-groene tomaten van de lokale stadsboerderij en haar Griekse olijfolie. De strikskes scheppen de saus op en houden hem vast in de middelste plooi.
‘De smaak zit 'm in de eenvoud’, zegt Olivia altijd bij het scheppen van een portie. Huisbereide pasta’s zijn erg in trek bij de overwerkte ouders uit de buurt. Vlak voor sluitingstijd walsen ze de delicatessenzaak van Olivia binnen. Zo kunnen ze nog net een maaltijd voor de avond garanderen. Sommigen komen van de Europese wijk, hun pakken liggen dan al in kreuk en hun blikken hebben focus verloren. Het doet haar deugd een flauwe glimlach te bespeuren bij het wensen van een fijne avond. Van kleins af wou Olivia mensen gelukkig maken met eten. Terwijl haar klasgenoten de smaak van snottebellen nog onderzochten, bereidde zij stoofvlees met Oma Brussel. Olivia doseerde zorgvuldig het bruine bier, waarvan ze vervolgens een slok nam. Ze verslikte zich vaak in de bitterzoete smaak, maar haar oma liet het oogluikend toe. Woensdagmiddagen werden gevuld met een gulle portie geluk in de schittering van het kanaal. Bij elke hap dacht Olivia al aan de volgende. Ze kon met Oma Brussel over alles praten. Zelfs over dingen waar ze thuis niet durfde over praten.
‘Oma, hoe ben ik in de buik van mama gekomen. Heeft mama mij opgegeten?’, vroeg Olivia toen ze vijf jaar was.
Oma Brussel deed haar best om een eerlijk antwoord te geven. Veel begreep Olivia er niet van. Haar ouders hadden na het bakken van een eitje, zaadjes geplant in de tuin. Het zou daar ergens gebeurd moeten zijn. Ze verloor interesse in het onderwerp en ging al gauw naar de volgende vragen.
‘Waarom noemt iedereen u eigenlijk Oma Brussel?‘
'Omdat ik de oudste vriendin ben voor vele mensen van hier.'
’Oma, hoe oud bent u?’
'Leeftijd doet er niet toe, tenzij je een kaas bent.’
Olivia moest giechelen bij de gedachte een kaas te zijn. Oma Brussel hield van kaas en al het lekkers dat het leven te bieden had. Ze opende haar delicatessenzaak vlak aan het water, toen Olivia nog niet geboren was. De winkel heeft grote ramen, waardoor hongerige ogen hun weg vonden naar het kleurenpalet in de toonbank. Het was er altijd gezellig druk, maar als je doorliep naar het woongedeelte, betrad je een stilleven. In de woonkamer stond er steevast een fruitmand op tafel en een keramieken vaas gevuld met verse bloemen. Ze leken met zorg te zijn belicht door enkele zonnestralen die het raam binnenvielen. De klok had een ereplaats op de muur naast het raam. Je kon er de wijzers van horen tikken. Olivia vond dat heerlijk, alsof ze tussen twee werelden reisde. Zoals vele Brusselaars was Oma Brussel hier bij toeval beland. Mensen uit de buurt kwamen bij haar hun hart luchten en hun boodschappentas vullen. Reizigers, maar ook toeristen in eigen stad, lieten zich verleiden door haar huisgemaakte delicatessen.

Later, toen Oma Brussel op pensioen ging, namen Olivia’s ouders de delicatessenzaak over. Zij hadden altijd gedroomd van een olijfgaard, maar in plaats daarvan werd Olivia gegaard. Negen maanden later werd er een perfect olijfje geboren. Ze besloten daarom in Brussel te blijven. Hun liefde voor de mediterraanse keuken kwam verder tot leven in de delicatessenzaak. De geuren van oregano, rozemarijn en basilicum deden de kinderen van de buurt verlangen naar de zomervakantie. Dan mochten ze laat opblijven en konden ze zien hoe de fonkels van het kanaal langzaam uitdoofden. Oma Brussel is altijd mee blijven helpen in de zaak. Na haar dood sprong Olivia in tijdens de weekends. 

‘Het wordt tijd dat jullie dromen worden ingeruild voor herinneringen’, zei Olivia op een dag tegen haar ouders.
‘Jullie worden er niet jonger op en herinneringen kunnen we samen delen, dromen niet.’
Olivia droomde ervan in Brussel te blijven en de delicatessenzaak over te nemen. Haar ouders hadden Olivia alle kansen gegeven. Na haar studies hotelmanagement in de Erasmusschool, liep ze stage in een befaamd hotel in Parijs. Dat heeft de deuren geopend naar verschillende functies in het buitenland. Ze heeft een deel van de wereld kunnen zien en proeven, maar niets voelde zo werelds aan voor haar als Brussel. Nu was het aan haar ouders om een deel van de wereld te zien. Lang werd er niet getwijfeld. Dankzij Olivia’s ervaring in management, liep de overgang erg vlotjes. Olivia woont en werkt nu al enkele jaren in de delicatessenzaak. Ze slaagde erin de Brusselse boef van Oma Brussel te combineren met de zuiderse smaken van haar ouders. Zo werd de delicatessenzaak een unieke mengelmoes van de mediterraanse keuken en Brusselse specialiteiten. 

Bij het schuiven van de deur rinkelde het bronzen belletje. Een man kwam binnengestapt alsof hij al eerder in de winkel was geweest, maar hij kwam Olivia niet bekend voor. Hij droeg een zwarte shirt met een donkere jeansbroek. Daarover droeg hij een zwarte keukenschort die mooi was afgewerkt met bruine lederen linten. De buidel van zijn schort puilde uit, waardoor hij een nonchalante indruk gaf.
‘Hallo! Kan ik u helpen?’, riep Olivia iets té enthousiast.
Ze hield er zelf niet van om meteen aangesproken te worden tijdens het winkelen. Ze kreeg liever een spontane “dag” of een vriendelijke blik toegeworpen. Een blik dat zei: ‘komt u gerust een kijkje nemen.’ In dit geval kon ze haar nieuwsgierigheid niet bedwingen. Bovendien zou het vreemd zijn de man niet aan te spreken. Ze stond net haar schappen aan te vullen, waardoor haar gezicht een lege plek tussen twee grote bokalen innam. Olivia keek recht in de opening van de deur toen hij binnenstapte.
‘Euhm, ja. Hallo mevrouw’, de man schrok even van de stem die tussen de bokalen galmde.
‘Ik ben op zoek naar de Pom Pom Blanc. Ik heb gehoord dat u deze zou hebben.’
‘U hebt geluk, er ligt er nog één. Kijk daar, naast de kastanjechampignons.’
Olivia wees vanuit twee treden hoog naar een klein groente en fruit kraampje dat was uitgestald naast de toog.
‘Wist u dat deze pruikzwam hier vlakbij gekweekt wordt, in de kelders van Kuregem?’, vertelde Olivia terwijl ze afdwaalde naar beneden. De man schudde zijn hoofd: ‘Dat wist ik niet.’
‘Bent u nieuw hier?’ Olivia was trots hoe ze met een ommezwaai zijn achtergrond probeerde te ontfutselen.
‘Ik ben opgegroeid in deze buurt, maar ik woon nu dieper in het centrum. Ik werk sinds kort in La brouette. Ik moest van de patron horen of u ze nog in voorraad had.’
‘Ah, Herman, een echte wijnkenner’, zei Olivia trots over haar collega.
‘De Pom Pom Blanc is gemaakt van de resten van bier. Fascinerend, vindt u niet? Normaal besteld Herman ze ook bij Le Champignon de Bruxelles. Zit hij zonder?’
‘Het was een drukke bezetting deze middag’, bevestigde de man.
‘Heette deze zaak vroeger niet “La tarte aux truffes”?’ vroeg hij.
‘Klopt, vernoemd naar mijn oma’s hartige truffeltaart. Na haar dood zijn we met heel de familie op zoek gegaan naar het geheime recept. We hebben overal gezocht, maar we hebben het nergens gevonden. Samen met enkele buurtbewoners hebben we zelfs geprobeerd de taart na te maken. Het is ons nooit gelukt. Mijn ouders hebben toen besloten om de naam te veranderen naar “Oma Brussel”. Wat is een delicatessenzaak die truffeltaart heet en ze niet serveert? Ik heb “Oma Brussel” enkele jaren geleden van hen overgenomen.’
‘Ach zo, ik begrijp wat u bedoelt.’ De man begon met zijn hand te graven in de buidel van zijn schort. Op de tast haalde hij er een bruine enveloppe uit en overhandigde deze aan Olivia.
‘Mijn excuses’, zei hij. ‘Ik geloof dat dit voor u bestemd is.’
Zonder te vragen waarvoor, nam Olivia de enveloppe aan, alsof ze in stilzwijgen zijn excuses had aanvaard. Ze haalde een oude foto uit de enveloppe en begon het plaatje te bestuderen, net of het essentiële informatie bezat. Tussen bokalen, kruiden en gerechten, stond Oma Brussel statig te poseren. Ze hield met beide handen een truffeltaart vast. Olivia was bijna vergeten hoe die eruit zag. De vulling was roomwit van kleur. Door de afwerking met de truffels deed het haar denken aan stracciatella ijs. Hier moet vast ricotta in zitten! dacht Olivia. In haar hoofd was ze alweer vertrokken, op zoektocht naar het recept. Het deeg was goudkleurig gebakken en zag er krokant uit. Groen, versneden blad was over het bord gestrooid, zoals confetti. Dit was zonder twijfel koriander.

De man schraapte zijn keel, waardoor Olivia’s aandacht terug op hem werd gericht.
‘Ik heb uw oma nog gekend’, ging hij verder.
‘Als achtjarige jongen kwam ik hier vaak met mijn moeder. Jij was toen enkele jaren jonger. Waarschijnlijk herinner je mij niet meer. Ik mocht hier verstoppertje spelen, samen met mijn broer. Alles leek toen veel groter.’
Olivia bekeek de man van kop tot teen. Ze herinnerde hem inderdaad niet.
‘Ja, dat zou nu niet meer mogelijk zijn’, lachte ze.
De man glimlachte terug en zei voorts: ‘Ik heb er fijne herinneringen aan overgehouden. Soms, als mijn moeder naar de kapper ging, dan mocht ik bij Oma Brussel in de winkel blijven. Ze gaf me dan een stukje van haar magnifieke truffeltaart. Ik vertelde haar dat ik kok wilde worden. Oma Brussel antwoordde daarop: ‘als je later groot bent en Olivia vindt het goed, mag je het geheime recept van mijn truffeltaart gebruiken, maar dan moet je eerst het raadsel oplossen.' Vervolgens gaf ze me deze foto, die mocht ik bewaren tot ik het raadsel had opgelost en jij zou me daarbij helpen. Kort daarna zijn we verhuisd. Ik was de foto compleet vergeten. Pas toen ik terugkwam naar deze buurt, herinnerde ik mij Oma Brussel en de foto. Ik was erg verheugd om te horen dat de zaak nog bestond. Ik bewaar de foto al een tijdje op het werk, zodat ik hem op een dag tot bij u zou brengen. Ik was een beetje zenuwachtig. Wat moet je met zo’n vaag verhaal, toch?’
‘Typisch Oma Brussel’, zei Olivia vermaakt.
Op de achterkant van de foto stond met de hand geschreven:‘Ceci ne sont pas des oignons. Je kan er naar kijken hoe lang je wilt, ze doen je niet huilen.’
‘Ze was een bon vivant en hield van raadsels’, zei de man terwijl zijn ogen glazig werden. Je kon zien dat Oma Brussel veel voor hem had betekend.

Olivia’s ogen dwaalden opnieuw af naar de foto. Meer centraal in het beeld hing een schilderijtje. Er stonden twee uien, twee knofloken en een snijmes in ware grootte op afgebeeld. Ze lagen te rusten op een houten snijplank. Het snijmes had een stukje ui afgesneden. Wat onmogelijk leek, want het blad van het mes zag eruit alsof het van rubber was gemaakt. Het was de allereerste keer dat Oma Brussel met olieverf schilderde. Ze had de schildertechniek nog niet onder de knie. Olivia vond de naïviteit ervan zijn charme hebben. Het werkje verdween op de achtergrond tussen de producten van de winkel. Daarom had Olivia besloten het schilderijtje in de keuken te hangen.
‘Ceci ne sont pas des oignons ... Ik heb wel een idee. Wilt u even hier wachten?’ zei Olivia terwijl ze al onderweg was naar het woongedeelte.

Na het vertrek van haar ouders had Olivia de keuken vernieuwd. Witte muren weerkaatsen het natuurlijke licht, waardoor de ruimte groter leek dan het werkelijk was. Het keukeneiland, afgewerkt in marmer, stond nu deels in de woonkamer. De uien kwamen helemaal tot hun recht in de strakke omgeving. Maar terwijl de tijd verstreek, merkte Olivia het schilderijtje niet meer op. Ze haalde het zorgvuldig van de Tesa-klevende spijker en haastte zich terug naar de winkel. Samen met de man nam ze het werkje onder de loep. Ze zochten in de compositie, de kleuren en het onderwerp naar iets dat iets zou verraden. Waar ze naar op zoek waren, dat wisten ze nog niet. Olivia draaide het schilderijtje om en zag in het houten kader een klein boekje, niet veel groter dan een notitieboekje. Ze nam het uit het kader en begon de inhoud ervan versneld op te noemen. Eerst leken het verzen uit een bijbel, maar toen werden haar woorden scherper. Ze vormden eenheden, ingrediënten en bijwoorden zoals: een snuifje, een scheut, een schepje ... Het was het receptenboekje van Oma Brussel. Op pagina vier vond je haar “Balletjes in tomatensaus” en op pagina zes stond er “Witloof in de oven”. Daartussen, op pagina vijf, stond in haar mooiste handschrift “Le tarte truffle”.
‘Oma’s truffeltaart!’, juichte Olivia.
Ze draaide het schilderijtje terug om. Ze kuste het doek uit blijdschap. Nu waren het Olivia’s ogen die glazig werden. Een traan baande zich een weg naar haar nek. De man kon in haar gezicht het ongeloof aflezen, over het geheime recept dat al die jaren zo dichtbij was.
‘Oma Brussel moest eens weten, dat haar uien mensen aan het huilen konden brengen’, zei hij.

Klant: King of Hearts
Online publicatie  A'RIVE  2021

Meer projecten ...

Samenwerken?
Alles begint met een klik.